Overzicht regeerakkoord; belangrijkste onderwerpen op financieel vlak

Op dinsdag 10 oktober is het definitieve regeerakkoord gepresenteerd. Wat betekent dit voor u?

Hieronder informeren wij u over een aantal wijzigingen. Onze focus ligt daarbij op alle financieel gerelateerde onderwerpen.

Belastingen, tarieven en schijven

Box 1 ondergaat een grote wijziging met twee in plaats van vier belastingschijven. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2019. Het tarief in de eerste schijf bedraagt 36,93%. De tweede schijf start naar verwachting bij € 68.000 en kent een tarief van 49,5%.

Voor Box 2 stijgt in 2021 het tarief voor inkomen uit aanmerkelijk belang van 25% naar 28,5%. Deze verhoging hangt samen met de verlaging van de tarieven vennootschapsbelasting met 4%. Box 3 ondergaat ook enkele wijzigingen. Met ingang van 2017 is de vermogensrendementsheffing aangepast. Het vast veronderstelde (‘forfaitaire’) rendement van 4% is vervangen door een gestaffeld verondersteld rendement. Hierbij geldt: hoe meer vermogen, des te hoger het verondersteld rendement. In het regeerakkoord is opgenomen dat het heffingsvrij vermogen stijgt van € 25.225 tot € 30.000 en dat het belastingtarief over vermogen boven die grens sneller aansluit op het werkelijke rendement.

Omzetbelasting (BTW)

De lagere belastingen worden voor een groot deel betaald door verhoging van het lage BTW tarief van 6% naar 9%. Ook wordt de hypotheekrenteaftrek sneller verlaagd naar het tarief van de eerste belastingschijf. Sparen wordt iets lonender door aanpassing van de vermogensrendementsheffing.

Dividendbelasting

De dividendbelasting wordt afgeschaft. De afschaffing van de dividendbelasting is vooral gunstig voor buitenlandse bedrijven. Met deze maatregel wil het nieuwe kabinet het aantrekkelijker maken voor buitenlandse bedrijven om zich in Nederland te vestigen.

Vennootschapsbelasting: voordeel voor bedrijven

Het 25%tarief voor de vennootschapsbelasting gaat naar 21%. Het lage tarief voor de eerste 200.000 euro aan winst gaat ook omlaag: van 20 naar 16%.

Aftrek hypotheekrente

De Wet IB 2001 regelt dat de aftrekbare kosten voor een eigen woning niet tegen het toptarief van de 4e belastingschijf (in 2017: 52%) in aanmerking worden genomen, maar tegen een lager tarief. In 2018 is het percentage waartegen aftrekbare kosten in aanmerking worden genomen maximaal 49,5%. Het gaat om alle aftrekbare kosten voor de eigen woning. Dus niet alleen de eigenwoningrente maar ook bijvoorbeeld erfpachtcanons of de nota van de adviseur voor hypotheekbemiddeling.

Versnelde afbouw vanaf 2020

Vanaf 2020 wordt het tarief waartegen de hypotheekrente in aftrek wordt gebracht versneld afgebouwd. De aftrek wordt in vier stappen van 3% beperkt tot het laagste belastingtarief. Dat tarief is volgens het regeerakkoord 36,93%.

Geen verdere verlaging van de marktwaarde van de woning (LTV)

Een geldverstrekker moet bij de bepaling van de maximale hypotheek (naast de eigen verstrekkingsnormen) rekening houden met twee grenzen. De laagste van deze twee grenzen bepaalt de maximale hypotheek:

  • Inkomensnormen (Loan-To-Income, LTI)
  • Marktwaarde van de woning (Loan-To-Value, LTV).

De LTV bedraagt in 2017 nog 101%. In 2018 daalt de LTV naar 100%. In het regeerakkoord is afgesproken dat daaraan wordt vastgehouden. De LTV zal niet verder worden verlaagd om de toegang van starters tot de koopwoningmarkt niet onnodig te belemmeren.

Ontslag en transitievergoeding en contractduur

Ontslag wordt eenvoudiger door een combinatie van ontslaggronden. De rechter kan daarnaast wel een extra vergoeding toekennen ter grootte van maximaal de helft van de transitievergoeding.

Werknemers krijgen direct vanaf het begin van het dienstverband recht op een transitievergoeding in plaats van na twee jaar. Voor ieder jaar dienstverband geldt een derde maandsalaris, ook voor contracturen van meer dan 10 jaar. Voor 50-plussers blijft de overgangsmaatregel gelden. De mogelijkheid om scholingskosten in mindering te brengen wordt ruimer.

Zo komt er een compensatie voor werkgevers die een transitievergoeding moeten betalen in geval van langdurige arbeidsongeschiktheid, bij ontslag om bedrijfseconomische redenen in geval van een cao of wanneer bedrijf beëindigd wordt door pensioenring en ziekte van de ondernemer.

Ook de regelgeving omtrent de vast contracten wordt gewijzigd. Een vast contract mag pas weer na drie jaar worden uitgegeven in plaats van de gebruikelijke twee jaar.

ZZP

De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) wordt vervangen. Er komt een web module waar een opdrachtgever vragen omtrent de opdracht moet invullen om een opdrachtverklaring te krijgen. Het begrip gezagsverhouding wordt hierbij aangepast.

Indien er bij een ZZP-er sprake is van een laag tarief (€15-€18) en een langdurig contract (langer dan 3 maanden) is er sprake van een dienstverband.

De positie van de ZZP’er wordt nader bekeken. Er komt geen verzekeringsplicht, maar de ZZP-er moet wel toegang krijgen tot de verzekeringsmarkt.

Loondoorbetaling MKB

De loondoorbetalingsplicht bij ziekte voor de kleine MKB’ers wordt verkort naar één jaar. De loondoorbetaling gaat naar het UWV alsmede een aantal re-integratie verplichtingen. De kosten daarvan worden betaald door kleine werkgevers middels een uniforme laste dekkende premie.

De periode van premiedifferentiatie wordt verkort van tien naar vijf jaar. Na deze periode wordt een uniforme collectieve premie geheven.

De prikkel om vanuit de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) weer te gaan werken in de eerste vijf jaar wordt aantrekkelijker. In de eerste vijf jaar zal niet worden getoetst of het verdienvermogen is gewijzigd.

Pensioen

Het nieuwe kabinet wil het pensioenstelsel vernieuwen voor 2020. Het kabinet wil het pensioenstelsel hervormen tot een meer persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling, waarbij de doorsneesystematiek wordt afgeschaft. Het kabinet ziet met belangstelling een gedragen voorstel van de Sociaal-Economische Raad (SER) tegemoet.  

Zorg

Het kabinet wil de zorguitgaven in de hand houden om er zo voor te zorgen dat er geld vrij wordt gemaakt voor de ouderenzorg. Welke besparingen gaan er plaatsvinden?

  • Ziekenhuizen, GGZ, huisartsen en wijkverpleging krijgen te maken met een uitgavenplafond. Dit moet jaarlijks 1,9 miljard euro opleveren;
  • Er gaat minder geld naar het inkoop van medicijnen: 460 miljoen per jaar. Dat wil het kabinet bewerkstelligen door scherp in te kopen en medicijnkosten opnieuw te berekenen. Deze kosten worden doorberekend aan de gebruiker. Voor bepaalde medicijnen is wellicht een hogere eigen bijdrage nodig;
  • Belasting op tabak gaat omhoog. Dat moet een besparing van 200 miljoen euro opleveren.

Wat gebeurt er met het ‘verdiende’ geld?

  • Er wordt 2,1 miljard vrijgemaakt om de zorg in de verpleeghuizen te verbeteren;
  • De eigen bijdrage voor mensen die thuiszorg via de gemeente ontvangen wordt gemaximaliseerd op € 17,50. Voorheen was er geen maximum. Het betekent een lastenverlichting van 145 miljoen euro voor mensen die maatschappelijke ondersteuning nodig hebben;
  • Het kabinet stelt 170 miljoen euro beschikbaar voor preventie en gezondheidsbevordering, vervolgens 20 miljoen euro per jaar. Er komt een nationaal plan van aanpak, waarin de focus ligt op het bestrijden van roken en overgewicht.

Negatieve reacties

In de zorg vallen de nodige klappen en dus zijn de reacties overwegend teleurgesteld. De NVZ, de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen: “De ziekenhuiszorg komt er in het nieuwe regeerakkoord niet goed vanaf. We zijn bezorgd dat dit leidt tot minder of lagere kwaliteit van de zorg.”

Ook het Centraal Planbureau (CPB) reageerde dat dit pakket aan maatregelen mindere of zorg van slechtere kwaliteit tot gevolg heeft.

Voornemens

Verder heeft het kabinet ook nog een aantal voornemens die nader uitgewerkt worden. De voornemens van het kabinet zijn, de volgende:

  • Het leeftijdsbewust personeelsbeleid wordt verplicht;
  • Ouderen hoeven huis niet op te eten door verlenging van de wet;
  • Inkomensvoorziening oudere werklozen met vier jaar;
  • Zo is het vooruitzicht dat er meer aandacht zal komen voor arbeidsdiscriminatie;
  • Binnen de Europese Unie moet er sprake zijn van een gelijk loon bij gelijk werk;
  • En tot slot zouden er minder regels moeten komen voor ondernemers.

Meer weten?

Mocht u naar aanleiding van dit nieuwsbericht nog vragen hebben? Neemt u dan gerust contact met ons op. Dit kan door te bellen op 0314 - 37 32 60 of te mailen naar info@heilbron.nl.


Terug naar het nieuwsoverzicht